De kracht van de wilg

Van alle boomsoorten groeit de wilg het langst in Nederland. Inheemse bomen en planten trekken veel meer insecten dan uitheemse bomen. De wilg is dan ook een van de meest soortenrijke bomen in ons land, en biedt onderdak en voedsel aan insecten, maar ook aan zwammen, vogels, salamanders, vleermuizen en marterachtigen. Er wordt vaak vermeld dat er 450 soorten insecten aan een wilg verbonden zijn, maar in een Duits onderzoek door Brändle en Brandle uit 2002 scoort de wilg het hoogst met een aantal van 728! Welk aantal je ook hanteert: de wilg is de boom die het belangrijkst is voor insecten.

Omdat wilgen in het vroege voorjaar bloeien, zijn ze een belangrijke bron van voedsel voor wilde bijen. Maar wilgen doen meer. Wilgen hebben diepe wortels en kunnen zelfs in het water staan. Daarom worden wilgen vaak geplant om erosie aan oevers tegen te gaan. Ze bieden beschutting en voedsel aan vee, voorkomen verwaaiing van voedingsstoffen, houden vocht vast in de bodem, zorgen voor verkoeling en nemen CO2 op. Bovendien zijn ze goedkoop, snelgroeiend en kun je van het hout en de takken van alles maken. Geen wonder dat ze onlosmakelijk verbonden zijn met het Hollandse landschap.

Welke wilg waar?

Er zijn 10 soorten inheemse wilgen, en die kun je allemaal planten binnen deze actie.

    Zelf een wilg planten

    Wil je zelf wilgen aanplanten, dan kan dat op twee manieren.

    Een kleine tak laten wortelen

    1. Zoek een wilg. Kies een sterke, jonge tak van ongeveer 10 tot 20 cm. Zorg dat je een tak hebt met bladeren en eventueel knoppen.
    2. Snij of knip deze tak vlak onder een blad af. Haal de onderste bladeren eraf maar laat minimaal twee ‘bladparen’ zitten.
    3. Zet je stek in een glazen pot met water. Als het goed is, zie je na een paar dagen al wat ‘uitlopers’ onderaan de tak groeien.
    4. Heeft de stek flink wat van deze wortels gekregen? Plant ’m dan voorzichtig buiten, eventueel met een stok om te ondersteunen.
    5. Zorg dat de stek niet uitdroogt en geef ’m af en toe wat water.

    Tip: paastakken zijn vaak wilgentakken. Is Pasen voorbij? Gooi je paastak dan niet weg maar maak er een stekje van!

    Een grote tak poten

    1. Zoek een wilg en kies een rechte tak van polsdikte van ongeveer 2,5 meter lang. Zaag de krommere delen aan beide uiteindes af tot op de geschikte lengte.
    2. Zaag de onderkant van de tak schuin af en verwijder de zijtakken.
    3. Snijd wat bast los op het gedeelte van de tak dat de grond ingaat.
    4. Steek de tak circa 1 meter diep de grond in.

    Let op: afzagen en aanplanten doe je het best tussen november en maart. Houd eventueel eerder afgezaagde takken vochtig door ze in het water te leggen.

    Wil je de wilg gaan knotten?

    1. Verwijder na het 1e groeiseizoen de zijtakken op de stam. Laat de pruik (de twijgen op het bovenste gedeelte van de stam, de plek waar later de knot gaat ontwikkelen) staan. Dun eventueel uit door een deel van de twijgen te verwijderen.
    2. Doe dat ook in de jaren erna.
    3. In het 3e of 4e jaar wordt de boom voor het eerst geknot (de pruik wordt nu geheel verwijderd).

    Aan de slag

    Geen zin in zagen?

    Haal een wilgensliet op bij de Bomenhub in jouw buurt of bestel een wilg bij Cruydthoeck.

    Wilg geplant?

    Zet je wilg op de kaart en tel mee met de actie.

    Zet je wilg op de kaart